La Strada organiseert in het kader van de opdrachten toegekend door de GGC, de vierde editie van de telling van dak- en thuislozen en slecht gehuisveste personen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De telling gebeurt in nauwe samenwerking met de Brusselse dak- en thuislozenzorg en tal van andere partners (verwante openbare en private sectoren en diensten, ervaringsdeskundigen, …). Doel is om op basis van realistische cijfers antwoorden te formuleren op de herhaalde vragen naar het aantal dak- en thuislozen, en evoluties en noden in kaart te brengen.

Nieuw is dat er voor deze editie twee tellingen worden georganiseerd. De eerste telling gaat door in de herfst, net voor de start van de winteropvang van 23u tot 24u (7/11/2016), de tweede telling tijdens de winteropvang (6/03/2017).

Gezien de vluchtelingencrisis en de verwevenheid met de dak- en thuislozenzorg lijkt het la Strada aangewezen de sector hulp aan migranten/vluchtelingen bij deze telling te betrekken. De ETHOS-categorieën1 (Europese typologie voor thuisloosheid en sociale uitsluiting op vlak van wonen) opgenomen bij de telling worden daartoe uitgebreid met categorie 5 ‘Mensen in opvang voor asielzoekers en immigranten’

Waarom tellen?

De telling is een van de tools om een betere kennis over thuisloosheid te bekomen. De bedoeling ervan is een koststondige momentopname te maken van de minst gekende aspecten: op straat, de kraakpanden enz. Dit beeld biedt een globaal overzicht van de verschillende vormen van gebrek- aan of slechte huisvesting in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De opeenvolgende tellingen (2008, 2010, 2014) lossen de problematiek niet op maar maken het mogelijk :

  • om over realistische cijfers te beschikken die steunen op meetbare realiteiten om evoluties te kunnen opvolgen

  • beter rekening te houden met de dak- en thuislozen die weinig zichtbaar zijn in het Brussels Gewest.

  • zichtbaarheid te geven aan de verschillende leefsituaties en noden van die dak- en thuislozen en slecht gehuisveste personen.

La Strada doet hiervoor een beroep op medewerkers en vrijwilligers werkzaam bij een van de vele organisaties en openbare diensten actief rond de thuislozenproblematiek. Waar mogelijk worden ook ervaringsdeskundigen betrokken. De expertise en medewerking van de organisaties, diensten en vrijwilligers is nodig voor :

  1. het identificeren van precieze geografische locaties waar daklozen tijdens de nacht verblijven. Op die manier kan la Strada de vindplaatsen in kaart brengen en de zones afbakenen voor de telling.

  2. deel te nemen aan de telling. Om de 19 gemeenten van het Brussels Gewest te bestrijken hebben we minstens 150-tal tellers nodig.

  3. het verstrekken van gegevens over het aantal personen die gebruik maken van de opvang van de residentiële diensten (thuislozenzorg en hulp aan migranten)

  4. het realiseren van een bevraging voorafgaand en de dag na de telling om informatie te verzamelen over verborgen thuisloosheid met name mensen in een instabiele (bij vrienden of familie) of ontoereikende (ongezonde of ongeschikte) huisvesting.

Methodologie

Weerhouden categorieën voor de telling 2016 /2017

De Brusselse dak-en thuislozentelling bestaat uit het verzamelen van twee types gegevens: de cijfers m.b.t. de verblijven in de onthaalhuizen en andere opvangstructuren (nachtopvang, centra dringend onthaal, onthaalhuizen, niet-erkende opvangstructuren, onderhandelde bezettingen, opvangstructuren en initiatieven voor asielzoekers enz.) en de resultaten van de nachtelijke telling in de openbare ruimte. Met ondersteuning van de betrokken federaties en koepelstructuren worden de gegevens over de personen die tijdens de nacht van de telling gebruik maken van een van de opvangstructuren aan la Strada bezorgd.

Ook voor de vierde editie van de telling baseert la Strada zich op de ETHOS-typologie (European Typology on HOmelessness and Housing Exclusion) van FEANTSA (Europese Federatie van Organisaties die met thuisloze mensen werken). Deze typologie streeft naar een breed begrip van thuisloosheid en omvat naast de leefsituaties op straat ("street homelessness") alle andere situaties van thuisloosheid en sociale uitsluiting op vlak van huisvesting. Naast leefsituaties waarbij mensen bij gebrek aan huisvesting verblijven op straat, in de nachtopvang of in een opvangstructuur voor thuislozen wijst FEANTSA op het belang van een thuis. Heel wat mensen bevinden zich immers in een situatie van instabiele of ontoereikende huisvesting.

"Een (t)huis hebben betekent: voldoende huisvesting (of ruimte) hebben voor een persoon en zijn/haar gezin die hun eigen is (het fysieke domein); de mogelijkheid hebben hier hun privacy te bewaken maar ook sociale relaties uit te bouwen (het sociale domein) en een wettelijke aansprakelijkheid kunnen maken op deze ruimte (het wettelijke domein)." (FEANTSA, 2007)

Een tekort in een van deze domeinen leidt tot een situatie van sociale uitsluiting op vlak van huisvesting. De typologie geeft zodoende een overzicht van de verschillende leefsituaties waarbij het voor iemand onmogelijk is om toegang tot een individuele stabiele en geschikte woning te verkrijgen en te behouden.

De ETHOS-typologie werd ontwikkeld voor de Europese context en heeft als doel een degelijke statistische definitie voor te stellen op Europese schaal. Elke lidstaat kan gebruik maken van de typologie en deze aanpassen aan zijn nationale beleid op vlak van thuislozenzorg rekening houdend met de culturele, politieke en linguisitieke context (Edgar, 2012). Elk land heeft dus de mogelijkheid om de typologie te vertalen naar de lokale realiteit en categorieën van de Ethosdefinitie te wijzigen, aan te passen of niet op te nemen.

Tabel 1 geeft duidelijk weer hoe de typologie is opgebouwd. Er wordt een indeling gemaakt volgens 4 conceptuele categorieën: dakloos, thuisloos, instabiele huisvesting en ontoereikende huisvesting. Deze opdeling wordt verfijnd door 13 operationele categorieën om beleidsmaatregelen in de strijd tegen sociale uitsluiting via huisvesting te bepalen, op te volgen en te evalueren. Hieronder bespreken we de verschillende categorieën en vertalen deze naar de Brusselse context2.

Dakloos

De eerste conceptuele categorie, ‘dakloze’ personen wordt opgedeeld in 2 operationele categorieën, m.n. mensen die op straat leven (1) en mensen die in de nachtopvang verblijven (2). Deze categorie groepeert dus alle mensen die de nacht doorbrengen in de externe (straat, parken, pleinen, enz.) of de interne publieke ruimte (trein- en metrostations, inkomhallen van openbare gebouwen, enz.). De 2de operationele categorie verwijst naar de mensen die verblijven in nachtopvang of een centrum voor dringend onthaal.

Thuisloos

De tweede categorie omvat alle ‘thuisloze’ personen die verblijven in een van de Brusselse onthaalhuizen voor alleenstaande mannen, alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen of gezinnen, opgedeeld in de operationele categorieën 3 en 4.

Onder deze conceptuele categorie vallen eveneens de personen die gebruik maken van de diensten begeleid wonen en de Housing First-projecten. Operationele categorie 7 ‘Begeleid wonen', meer bepaald de leefsituatie ‘Begeleid wonen voor mensen die dakloos zijn geweest' verwijst naar de begeleiding die deze twee type diensten aanbieden. Voor FEANTSA gaat het om langdurige begeleiding van ex-daklozen d.w.z. mensen die voorheen op straat of in de noodopvang verbleven. Waar deze beschrijving duidelijk van toepassing is op Housing First, is dit niet steeds het geval bij diensten begeleid wonen, waarvoor verschillende toegangscriteria gelden.

Het programma van Housing First richt zich exclusief op personen komende uit de 1ste en 2de categorie van de Ethos-typologie. Meer nog, enkel mensen die sinds lange tijd op straat verblijven en kampen met een geestelijke gezondheids- en/of een verslavingsproblematiek komen in aanmerking. In tegenstelling tot de diensten begeleid wonen maakt het zoeken naar en het ter beschikking stellen van huisvesting op lange termijn altijd deel uit van het Housing First programma.

De 2de ETHOS-categorie omvat daarnaast ook de leefsituatie « Huisvesting als overbruggingsperiode met begeleiding". In de Brusselse context kunnen we deze definitie toepassen op de transithuisvesting die in de Brusselse huisvestingscode als volgt wordt bepaald:

"Een transitwoning is een woning bestemd voor een specifieke doelgroep die sociale begeleiding krijgt en voor een maximumduur van 18 maanden.

Het betreft dus tijdelijke huisvesting waarvoor de wetgeving voorziet in een sociale begeleiding wat conform is met de definitie van de operationele categorie (4).

De conceptuele categorie 'thuisloos' verwijst eveneens naar 'mensen in opvang voor asielzoekers en immigranten' (5). Voor het Brussels Gewest vallen de verschillende publieke opvangstructuren voor asielzoekers en initiatieven van NGO's onder deze categorie. Gezien de vluchtelingencrisis en de verwevenheid met de dak- en thuislozenzorg lijkt het ons aangewezen de sector hulp aan migranten/vluchtelingen bij deze telling te betrekken om zo veel mogelijk gegevens hieromtrent te verzamelen.

Ook 'mensen die binnenkort uit een instelling komen' (6) vallen onder deze categorie. De penitentiaire instellingen beschouwen in dat kader alle ex-gedetineerde die in aanmerking komen voor een 'vrijlatings- of starterskit' als thuisloos. Het doel van deze kit is de meest kwetsbare personen op het moment van hun vrijlating te voorzien van enkele basismiddelen om zich te organiseren tijdens de eerste drie dagen na de gevangenis. Deze kits worden verdeeld sinds april 2012. De directies van de penitentiaire instelling zijn bevoegd voor de toewijzing volgens 2 criteria: minder dan € 100 hebben op het moment van de vrijlating en nergens terecht kunnen.

Instabiele huisvesting

De derde conceptuele categorie omvat alle mensen in een instabiele huisvesting. Dit is de meest onzichtbare groep (het zogenaamde dark number). De eerste operationele categorie ‘Mensen zonder huurcontract’ (8) verblijven immers tijdelijk bij vrienden of familie, hebben geen formeel huurcontract of bezetten illegaal gebouwen of terreinen. Er bestaan geen officiële gegevens over deze groep in Brussel. Via enquêtes in de Brusselse dagcentra voorafgaand en volgend op de telling proberen we gegevens hieromtrent te verzamelen om te komen tot een voorzichtige raming.

Ook voor de conceptuele categorieën 'Mensen die uit hun huis worden gezet' (9) en 'Mensen die leven onder dreiging van huiselijk en/of familiaal geweld' (10) heeft la Strada geen toegang tot officiële cijfers of registratie.

Voor de 4de conceptuele categorie 'Ontoereikende huisvesting' verwijst de 1ste operationele categorie 'Mensen in tijdelijke/niet-conventionele woningen' (11), in het Brussels Gewest naar mensen opgevangen in de niet-erkende opvangstructuren (NEOS), of door religieuze gemeenschappen en naar mensen die verblijven in onderhandelde bezettingen.

NEOS staat voor structuren die een verblijf tegen betaling aanbieden aan dak- en thuislozen maar hiervoor niet erkend of gesubsidieerd worden en onder geen enkele wettelijke verplichtingen of controle vallen voor de opvang van dak- en thuislozen. Zowel vzw's als commerciële maatschappijen bieden als NEOS hun diensten aan waarbij naast goede praktijken, onrustwekkende situaties gesignaleerd worden die wijzen op een aantal gebreken.

Deze categorie omvat ook de mensen die zonder formeel huurcontract tijdelijk gehuisvest zijn door tussenkomst van een religieuze gemeenschap of onderdak vinden in een confessioneel gebouw (zoals bv. een kerk) of een ander gebouw dat de religieuze instantie of gemeenschap beheert.

Een 3de operationele categorie vormen de onderhandelde bezettingen, sinds 2013 opgenomen in de Brusselse Huisvestingscode. Hierbij wordt verwezen naar de tijdelijke bezetting van leegstaande gebouwen waarbij er vooraf een contract wordt afgesloten met de eigenaar van het leegstaande gebouw. Overeenkomsten kunnen zowel worden afgesloten met privé- als publieke eigenaars waaronder sociale huisvestingsmaatschappijen. De overeenkomst voorziet in een eerder symbolische vergoeding voor de huurders en een omkadering door een organisatie op basis van een participatief, gemeenschapsgericht en solidair model, opdat maatschappelijk kwetsbare personen toegang krijgen tot huisvesting bv. Leegoed). De Brusselse Federatie van Huurdersverenigingen (BFHV-Fébul) wordt vanaf 2014 erkend voor zijn rol als bemiddelaar ten aanzien van de eigenaars en zijn expertise in omkadering en methodologie ter ondersteuning van organisaties bij dergelijke projecten. La Strada neemt contact op met de inmiddels al meer dan 10 onderhandelde bezettingen voor de gegevens over het aantal mensen die er gehuisvest zijn.

Ontoereikende huisvesting

De categorie 'ontoereikende huisvesting' met de operationele categorie 'Woning ongeschikt voor bewoning' (12) omvat ook de mensen die verblijven in kraakpanden. Onder kraakpand verstaan we conform de wetgeving onbewoonbare en leegstaande gebouwen of terreinen die illegaal bezet worden. De levensomstandigheden van de bewoners verschillen weinig van de buitenslapers: ze zijn even precair.

Het verzamelen van gegevens over de personen die verblijven in kraakpanden is moeilijk en enkel impliciet mogelijk via de contacten van betrokken sociaal werkers. Het is onmogelijk om een totaal beeld te krijgen over het aantal mensen dat tijdelijk onderdak vindt in een kraakpand. Het cijfer is dan ook niet meer dan een schatting en eerder een onderschatting van het reële cijfer.

Ook over het aantal mensen die wonen in een overbevolkt gebouw (13) heeft la Strada geen gegevens en mogelijkheid om deze te verzamelen voor het Brussels Gewest.

Overzichtstabel

De telling 2016 brengt gegevens in kaart over de leefsituaties van 8 van de 13 operationele categorieën van de ETHOS-typologie. De cijfers met betrekking tot begeleid wonen, Housing First en verblijven in transitwoningen worden als aanvullende gegevens opgenomen.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de diverse leefsituaties waarvoor la Strada met de Brusselse dak- en thuislozentelling zoveel mogelijke kwaliteitsvolle gegevens tracht te verzamelen. Hiervoor hanteren we een vereenvoudigde versie van de ETHOS-typologie aangepast aan de Brusselse context. De kleuren verwijzen naar de verschillende bronnen voor de gegevensverzameling: blauw voor de nachtelijke telling, geel voor de opvangstructuren, groen voor de pre- en post enquête, grijs wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn.

Tabel 1 - ETHOS- typologie thuisloosheid en sociale uitsluiting op vlak van wonen – vereenvoudigde versie aangepast aan de Brusselse context.

 

Operationele categorie

Leefsituatie

Conceptuele categorie

1

Mensen die op straat leven

- Interne (trein-, tram en metrostations) en externe openbare ruimte

DAKLOOS

2

Mensen in de noodopvang

- Nachtopvang en centra dringend onthaal

3

Mensen in opvang voor thuislozen

- Onthaalhuizen voor mannen/gezinnen

THUISLOOS

- Transitwoningen als overbruggingsperiode met begeleiding

4

Mensen in vrouwenopvang

- Onthaalhuizen voor vrouwen met of zonder kinderen

5

Mensen in opvang voor asielzoekers en immigranten

- Sector hulp aan migranten/vluchtelingen

6

Mensen die binnenkort uit een instelling komen

- Penitentiaire instellingen 'starterskit'

- Medische instellingen '

- Jeugdinstellingen

Enkele cijfers beschikbaar

7

Begeleid wonen

Begeleid wonen voor mensen die dakloos zijn geweest:

- Diensten begeleid wonen

- Housing First

8

Mensen zonder huurcontract

- Tijdelijk bij familie of vrienden

- Zonder formeel huurcontract (niet kraken)

- Illegaal bezetten van terreinen

INSTABIELE

HUISVESTING

Pre- en post-enquête

9

Mensen die uit hun huis worden gezet

Geen cijfers beschikbaar

10

Mensen die leven onder dreiging van huiselijk/familiaal geweld

- Gemeld bij politie

Geen cijfers beschikbaar

11

Mensen in tijdelijke/niet conventionele woningen

- Niet-erkende opvangstructuren

ONTOEREIKENDE

HUISSTING

- Onderhandelde bezettingen

- Religieuze gemeenschappen

12

Mensen in ongeschikte woningen

- Kraakpanden

Onderschatting van het reële cijfer

13

Mensen die wonen in een extreem overbevolkt gebouw

Geen cijfers beschikbaar

Aanpak, mobilisatie en informeren van de betrokken sectoren

Mobilisatie

De eerste stap bestaat eruit de organisaties binnen de thuislozenzorg en andere partners uit te nodigen deel te nemen aan dit groot evenement om gegevens te verzamelen. Hierbij is het belangrijk om de doelstellingen en de meerwaarde van de telling opnieuw duidelijk te stellen. Via mailing en informatiemomenten worden de voorbereidende stappen (bv. identificatie van verblijfplaatsen), het verloop van de tellingen en pré- en post-enquête en de formulieren toegelicht.

Organisaties worden gemobiliseerd om hun gegevens te verstrekken. De medewerkers van de diensten (thuislozenzorg, de sector hulp aan asielzoekers en migranten en andere sectoren en diensten die regelmatig met dak- en thuislozen werken en hun vrijwilligers) worden gecontacteerd om deel te nemen aan de telling. Ook de lokale overheden (gemeente en OCMW’s) worden betrokken en gevraagd hun diensten toestemming te verlenen om te participeren. Gezien het aantal zones om te doorkruisen doen we ook een beroep op de vrijwilligers van het Rode Kruis.

Registratie in opvangstructuren

De onthaalhuizen en andere opvangstructuren (nachtopvang, centra dringend onthaal, onthaalhuizen, niet-erkende opvangstructuren, onderhandelde bezettingen, opvangstructuren en initiatieven voor asielzoekers enz.) worden uitgenodigd om de cijfers m.b.t. de verblijven (aantal mannen, vrouwen en kinderen jonger dan 18 jaar) tijdens de nacht van de telling te verstrekken. La Strada verspreidt hiervoor op voorhand via de federaties of koepelstructuren een formulier, dat wordt ingevuld op het moment van de telling en ten laatste de volgende dag wordt bezorgd aan la Strada.

Ook de religieuze gemeenschappen en de Brusselse ziekenhuizen worden betrokken en gevraagd het aantal personen door te geven dat de nacht van de telling bij hen verblijven. Voor de ziekenhuizen betreft het de personen die zich aanmelden bij de spoeddienst en/of langer opgenomen blijven door de afwezigheid van gepaste huisvesting.

Identificatie van de verblijfplaatsen

De nachtelijke telling bestrijkt de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het is echter onmogelijk om tijdens 1 uur alle toegankelijke openbare gebouwen, straten en parken in Brussel te doorkruisen. La Strada rekent op de expertise en kennis van de betrokken diensten en sociaal werkers om de voornaamste verblijfplaatsen in kaart te brengen. Het is daarbij cruciaal deze plaatsen pas te identificeren tijdens de maand voorafgaand aan de telling om over zo actueel mogelijke informatie te beschikken die aansluit bij de weersomstandigheden van het moment van de telling. Bij het identificeren van de locaties moet ook rekening worden gehouden met het tijdstip van de telling, dus enkel plaatsen waar daklozen de nacht doorbrengen worden opgenomen. Heel wat mensen brengen hun dag door op straat (bv. om te bedelen) maar keren voor de nacht terug naar hun (precaire) woning of een opvangstructuur waar ze tijdelijk verblijven.

In het Brussels Gewest houden vooral de straathoekwerkers de vinger aan de pols. Zij worden als prioritaire bron bevraagd over de plaatsen waar de dak- en thuislozen de nacht doorbrengen. Hoewel het straathoekwerk beschikt over een grote expertise met betrekking tot de lokalisatie, kunnen ook andere organisaties en particulieren vindplaatsen aanbrengen. Ook straathoekwerkers doen een beroep op informatie van burgers voor het signaleren van locaties.

Na het identificeren van de vindplaatsen worden deze op de kaart van het Brussels Gewest gelokaliseerd. Deze kaart wordt verdeeld waarbij de gesignaleerde vindplaatsen gegroepeerd worden in ‘logische’ zones. We hanteren daarbij het principe dat in een uur, alle zones binnen de Brusselse vijfhoek, te voet kunnen worden doorkruist. Buiten de vijfhoek moet dit mogelijk zijn met de fiets of per auto.

Daarnaast wordt er contact opgenomen met de openbare transportmaatschappijen in het Brussels Gewest die een ondersteunende rol kunnen spelen bij de realisatie van de telling. Zowel de MIVB als de NMBS worden bevraagd over de plaatsen in de tram-, metro en treinstations waar daklozen 's avonds verblijven. Er wordt hen ook gevraagd hun veiligheidsagenten ter beschikking te stellen voor de telling in hun respectievelijke stations. Ook de Brusselse uitbaters van commerciële parkeergarages (Q-Park en Interparking) worden gecontacteerd om la Strada de verblijfplaatsen te signaleren en een aantal tellers de toegang te verlenen tot hun parkeergarages tijdens de nacht van de telling.

Nachtelijke telling

De methode van de nachtelijke telling bestaat eruit de personen te tellen die tijdens de nacht slapen in de externe (op straat, in parken enz.) of interne openbare ruimte (tram-, metro- en trainstations, inkomhallen van openbare gebouwen, enz.). De telling is enkel mogelijk door de mobilisatie van veel ‘tellers’ die zich als vrijwilliger willen inzetten voor dit evenement. La Strada doet enkel een beroep op tellers met een zekere kennis en affiniteit met de dak- en thuislozen. Op deze manier overstijgen we met de telling de vooroordelen en de clichés met betrekking tot dit publiek. Bij het samenstellen van de teams wordt er naar gestreefd ervaren tellers (uit straathoekwerk en mobiele hulpteams) te koppelen aan nieuwkomers (minder bekend met de doelgroep). Zodra de teams samengesteld zijn wordt er aan elk team een zone toegekend, rekening houdend met hun voorkeuren, hun vervoer en hun kennis van het Brusselse Gewest.

Net zoals bij de vorige edities vindt de telling plaats gedurende één uur, van 23u tot 24u. Nieuw bij de editie 2016 is dat er twee tellingen worden georganiseerd: een eerste op 7 november 2016, net voor de start van de winteropvang, een tweede op 6 maart 2017 tijdens de winteropvang. Deze twee datums zijn richtdatums die kunnen wijzigen door externe omstandigheden die een impact hebben op de resultaten van de telling zoals bijvoorbeeld: een extreme koudeperiode waardoor de winteropvang eerder start, terreurdreiging of een grote (nationale) betoging of staking waardoor de dak- en thuislozen van hun ankerplaatsen verdreven worden.

De avond van de telling verzamelen de tellers (vrijwilligers, zij krijgen geen vergoeding van la Strada) drie uur voor de start van de telling. Tijdens de briefing maken de tellers kennis met hun teamleden en de hun toegewezen zone. De methodologie en de doelstellingen van de straattelling worden voorgesteld door de verantwoordelijken van la Strada. Elk team krijgt een kaart van de toegewezen zone, met de prioritaire punten en straten en een duidelijke afbakening. Er wordt hen gevraagd voorrang te geven aan deze punten die gesignaleerd werden als mogelijke locaties waar dak- en thuislozen de nacht doorbrengen. Indien mogelijk doorkruisen ze alle straten van hun zone. Om dubbele tellingen te vermijden mogen de tellers op geen enkel moment personen registreren die zich buiten hun zone ophouden. Ook niet wanneer het een aangrenzende zone betreft.

Voor de start van de telling wordt van alle deelnemers gevraagd een 'Moreel engagement' te ondertekenen waarbij zij zich engageren om de personen die in de openbare ruimte verblijven te respecteren en ze niet te storen of wakker te maken. De tellers verbinden zich er toe de vertrouwelijkheid van de gegevens te verezekeren door de verzamelde gegevens met betrekking tot deze personen en hun verblijfplaatsen enkel mee te delen aan de verantwoordelijken van la Strada in het kader van de dak- en thuislozentelling.

Na de briefing verplaatsen de verschillende teams zich naar de hun toegewezen zone en starten stipt om 23u met de telling tot 24u. De teams (ten minste 1 lid) keren terug naar het verzamelpunt om de ingevulde formulieren in te dienen. Elke formulier wordt samen met een medewerker van la Strada overlopen om de leesbaarheid en de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens te garanderen. De gegevens worden daarop gecodeerd in een databank waarop zij worden geanalyseerd.

De nachtelijke telling is een belangrijk moment voor de partners uit thuislozenzorg en verwante sectoren en diensten die met dak- en thuislozen werken. Uit respect voor al de betrokken personen wordt elke aanwezigheid van journalisten en andere media geweerd.

Pre- en post-enquêtes

Ter ondersteuning en toetsing van de resultaten van de telling en om een vollediger beeld te bekomen van de verschillende leefsituaties worden voorafgaand (2 weken) en de dag volgend op de nachtelijke telling een bevraging georganiseerd in de dagcentra en noodopvang en het straathoekwerk. Hierbij komen de ervaringsdeskundigen aan het woord.

Tijdens de pre-enquête wordt vooral gepeild naar enkele socio-demografische variabelen, het gebruik van de sociale diensten en de verblijfplaats tijdens de voorbije nacht en de periode ervoor (7 nachten). We hanteren hiervoor de vragenlijst van telling 20103 De interviews worden gerealiseerd aan de hand van een vragenlijst op een open en empathische manier, aangepast aan de doelgroep. De gegevens van deze extra enquête betekenen bijkomende input voor het bepalen van de prioritaire punten en de afbakening van de zones. Via deze resultaten krijgen we ook een betere kijk op de categorieën en de reële leefsituaties.

De post-enquête heeft een tweeledig doel: een 2de toetsing van de verschillende leefsituaties opgenomen in de telling en een raming van het aantal personen die niet gevat worden door de telling (dark number).

De realisatie van deze bevraging gebeurt in nauwe samenwerking met de noodopvang, dagopvang en straathoekwerk. Zij worden niet alleen geconsulteerd over de modaliteiten van de enquêtes maar ook betrokken bij de bevraging van hun gebruikers. Deze diensten bereiken tijdens de dag mensen die mogelijks tijdens de nacht van de telling geen beroep deden op of niet terecht konden in een van de opvangstructuren.

La Strada streeft ernaar zoveel mogelijk van deze diensten te betrekken bij de enquêtes om een zo volledig mogelijk beeld te kunnen schetsen van de diversiteit van de dak- en thuislozen en slecht gehuisveste personen en hun noden in het Brussels Gewest.

Tabel 2 - Overzicht van deelnemende organisaties aan de telling 2014

  • Ervaringsdeskundigen (Bij Ons, 123 Logement, …)
  • Thuislozenzorg : Accueil Montfort, AMA, le Centre Ariane, la Fédération BICO, Bij Ons, BPA, BWR, CAW Brussel – Albatros, CAW Brussel – De Schutting, CAW Brussel – Hobo, CAW Brussel – Puerto, CAW Brussel - Vrienden Van Het Huizeke, CAW Brussel – Woonbegeleiding, Chèvrefeuille, Centre de Prévention des Violences Conjugales et Familiales, Chant d’Oiseau/Vogelzang, Consigne Article 23, Diogenes, Dune, Fami-Home, FEANTSA, Foyers d’Accueil, Foyer Georges Motte, Front Commun des SDF, Habitat et Logement, Home Baudouin, Home du Pré, Straatverplegers, Het Anker, Huis Van Vrede, Ilot, Jamais Sans Toit, Latitude Nord, La Fontaine, La Maraude de Saint-Josse, La Source, Les Biscuits, Les Copains du P’tit Bitume, Leger Des Heils ( Bodegem en Begeleid Wonen), De Relais, Les Petits Riens, Lhiving, Onthaalhuis Escale, Maison Rue Verte, Maison de la mère et de l’enfant, Nativitas, Pag-Asa, Open Deur, Opération Thermos, Hoeksteen, Pigment, Talita, Transit, Trois Pommiers, ‘t Snijboontje, Samusocial, S.Ac.A.Do, SOS Jeunes et Un Toit à Soi.
  • Openbare diensten : Brussel Leefmilieu, de OCMW’s van Etterbeek, Sint-Gillis en Schaarbeek, HERSCHAM, het Sociaal hotel van Molenbeek, het Brusselse en Vlaamse parlement, lde preventiediensten van Schaarbeek, Etterbeek, Jette, Sint-Gillis, Sint-Pieters Woluwe, Sint-Lambrechts Woluwe en Elsene, NMBS en MIVB.
  • Verwante organisaties en diensten: 123 Logement, Abaka, AIBrux, Aquarelle, Avocats en droits des étrangers – cabinet à Saint-Gilles, Bravvo, Centre gériatrique d’Ixelles, CIRE, Collectif de Santé La Perche, Rood Kruis België, Fraternité Saint-Nicolas, Brusselse ziekenhuizen (IRIS, Chirec, Saint-Luc, Sint-Jan, enz.), Humanity Help Team, La Poudrière, Maison Médicale Asaso, MASS, Dokters van de Wereld, Medimmigrant, Recyclart, Samenlevingopbouw Brussel, De Schakel, Résidences Welkom et Gai Logis, Résidence Leïla, Résidence La Forêt, Poverello, SASB, SMES, SMES-Europa, Unités pastorales de Bruxelles, l’ULB, l’ULG et le Vicariat de Bruxelles.
  • Privémaatschappijen : Interparking en Q-Park.
  • Meer dan 100 organisaties hebben op een of meerdere wijze bijgedragen aan de realisatie van de telling:
    • identificatie van de vindplaatsen
    • deelname aan de nachtelijke telling
    • overdracht van gegevens over het verblijf in opvangstructuren
    • realisatie van de post-enquête
  • Meer dan 160 vrijwilligers hebben deelgenomen aan de nachtelijke telling in de 19 Brusselse gemeenten en de luchthaven van Zaventem.

 

1 Feantsa : Europese Federatie van Organisaties die met thuisloze mensen werken, www.feantsa.org

2 Raadpleeg hiervoor de ETHOS-typologie versie BE (NL) op http://www.feantsa.org/spip.php?article120&lang=en

3 Voor het opstellen van de vragenlijsten heeft la Strada zich gebaseerd op studies van het INED in Frankrijk, de werken van Maryse Marpsat, de studies door Feantsa, het verslag van Cécile Brousse van het INSEE voor Eurostat en het rapport van Edgar e.a. van het Joint Centre for Scottish Housing Research, naar de mogelijkheden tot monitoring op nviveau van de Europese Unie.